Aan huis gebonden. Lucky me.

Hier zit ik dan, met mijn rechtervoet volledig geblokkeerd in een soort skilaars. Ik had drie keuzes, zei de dokter: cortisone inspuiten, een nogal serieuze correctie via een operatie of mijn teenkootjes laten vervangen door wat keramiek.

Ik heb wijselijk voor de tweede keuze geopteerd en hier zit ik dan, thuis te revalideren na de operatie. Toch blijf ik werken.

Misschien omdat ze mij af en toe nodig hebben, misschien omdat ik het graag doe, maar ook en vooral omdat het kan. Thuis heb ik een standaard breedbandverbinding, extra beveiligd met een VPN en de nodige tools zoals IP-telefonie, WebEx en sinds kort een Tandberg EX90. Allemaal materiaal uit eigen huis, dat spreekt vanzelf.

Op maandagmorgen win ik twee keer: ik ontloop de treinstaking en een groot deel van 350 kilometer file. De interne personeelsmeeting gaat gewoon door via video over het internet en WebEx. Mijn team zit zowat overal: sommigen in Diegem, Bart in Brasschaat, een paar mensen in Mechelen en onze Luxemburgers dichtbij de Kirchberg. Daarnaast heb ik een baas in Kopenhagen en collega’s overal in Europa en daarbuiten.

Toen een vriendelijke jongedame van Jobat mij vroeg om wat commentaar te leveren bij mijn gedwongen thuiswerk, maakte zij een zeer correct verslag. Ik beweerde inderdaad dat de helft van het werk thuis kan gebeuren als men de juiste tools heeft (die hebben wij) en de juiste bedrijfscultuur (en die hebben wij ook). Lucky me.

Kan ICT het land redden?

Dat Europa het competitief alsmaar moeilijker krijgt door concurrentie uit het oosten is intussen een understatement. België zal daar niet aan ontsnappen en onze huidige standstill helpt al helemaal niet…

Om het in deze omstandigheden eenvoudig te houden: er zijn twee domeinen waar Europa, en dus ook België, dringend moet verbeteren: innovatie en productiviteit. U hoort mij niet zeggen dat ICT dit kan oplossen, maar ik ben er wel van overtuigd dat wij opnieuw een significante bijdrage kunnen leveren. Meer investeren in ICT leidt onmiddellijk tot een meetbare verhoging van de productiviteit. Het Planbureau heeft het ons voorgerekend: investeringen in ICT zorgen voor de helft van onze economische productiviteitsgroei sedert het begin van de jaren ’80.

Dat wordt bevestigd in het jongste rapport van de Europese Commissie omtrent onze digitale competitiviteit. De London School of Economics heeft becijferd dat tien procent meer investeringen in ICT de Europese productiviteit met gemiddeld 0,23% optrekt.

Save to invest

Tegelijk moeten wij 25 miljard besparen. Bij Cisco noemen wij dat “save to invest”: hier besparen om daar te investeren en omgekeerd. In Diegem hebben wij zojuist 25% bespaard op onze kantoorruimte door flexibel te werken en dankzij het gebruik van allerlei collaboration-systemen zoals unified communication, WebEx en TelePresence.

Ik heb u wellicht al verteld dat mijn frequent flyer-kaart zo goed als leeg is, net zoals bij de meeste van mijn collega’s. Met deze en andere besparingen werken we productiever en kunnen we investeren in nieuwe markten en extra mensen. Wereldwijd werven wij momenteel duizenden mensen aan. Ook in België zijn wij volop aan het rekruteren.

Productieve overheid

Begrippen als innovatie en productiviteit worden meestal gebruikt in een bedrijfseconomische context (lees: de privé-sector) en nog veel te weinig in de publieke sector. Nochtans, als je het relatieve gewicht van de publieke sector bekijkt, dan ligt er een enorme opportuniteit om te innoveren, efficiënter te worden, te besparen en tegelijkertijd de dienstverlening te verbeteren. Besparingen tot 20% of 30% zijn realistisch. In het VK werkt men actief aan een G-Cloud om 3,2 miljard pond te helpen besparen; 20% van het werkbudget van de overheidsdiensten.

En wat gedacht van EnergyWise-netwerken in overheidsgebouwen om de elektriciteitsfactuur met 60% te reduceren? Of hoge-resolutievideo bij thuiswerken als alternatief voor vegeteren in files? Zeker in de thuiszorg zou het voor een significante besparing zorgen op het budget van gezondheidszorg. Dit zijn maar enkele voorbeelden waar de publieke sector dankzij innovatieve investeringen in ICT kan besparen en de burger een beter land bezorgen.

Iemand zin om met ons mee te werken?

Met dank aan de crisis?

Ik ben volop aan het aanwerven. Jawel, u leest het goed: aanwerven. Met Cisco hebben wij het annus horribilis 2009 goed overleefd. Het was een moeilijk jaar en wereldwijd zagen wij onze verkoop teruglopen zoals bij al onze sectorgenoten, trouwens.

Wij zijn erin geslaagd erdoor te komen zonder te moeten snoeien in ons personeelsbestand. Wat, al zeg ik het zelf, een hele prestatie is. Besparen was er wel bij, maar alleen in de nice-to-haves en niet in de musts. Nu zitten wij terug op een groeipad en werven wij in Europa alleen al honderden mensen aan.

Ook hier in België zijn wij nieuwe vacatures aan het invullen. Daarbij een kanttekening. Ik herinner mij nog levendig, goed tien jaar geleden, dat er een groot tekort aan ICT-ers was op de Belgische markt. Wanneer de vraag groter is dan het aanbod, kan je soms rare dingen zien. Zoals jobinterviews in de autogarage, waar jonge kandidaten verblind werden door chroom en 18-duims velgen en waar dit soort blingbling een dominant onderdeel van de loonvoorwaarden werd. O tempora, o mores. Ik heb dit spel nooit willen meespelen en ben er niet rouwig om, wel integendeel.

Later kwam de crisis en komt dan nu de catharsis?

Het doet deugd om vandaag kandidaten te zien die het hebben over jobinhoud en mogelijkheden tot ontwikkeling, die uitdagingen zoeken, die zichzelf de kans geven om te groeien als persoon. Twee weken geleden was iemand bereid zijn ‘rijke’ job in te ruilen voor een bedrijf met een duidelijke visie en strategie, dat continu innoveert en nieuwe uitdagingen creëert, lees: Cisco.

Ik weet niet of het door de crisis komt, maar ik merk in ieder geval dat inhoud en toekomstperspectief opnieuw zwaarder doorwegen dan snel a few dollars more en een dubbele sportuitlaat. We zijn op goede weg.

Hard werken en trainen als gek

De fietsweergoden zijn mij niet goed gezind. Vorige maand werd ik op weg naar de top van de Ventoux van de weg gehageld (een moeilijk woord voor een West-Vlaming) en nu regende het pijpenstelen in de Ardèche. Geen toeval wellicht, want de mensen van Aquafin en Pidpa fietsten ook mee en volgens mij zitten zij er voor iets tussen (*).

In de Ardèche mocht ik voor de derde keer op rij -als co-sponsor- een gezelschap ICT-managers vergezellen op hun jaarlijkse fietsescapade. De wielermicrobe heeft de ICT-ers te pakken, te oordelen naar de talloze fietsinitiatieven. De besten zaten bij ons in de Ardèche, waar het water bij bakken uit de hemel viel.

En waar men koerste als gek. Ik ben nog niet bekomen van mijn verbazing. Voor mij is een vals plat een soort helling waarop je best wat terugschakelt. Voor sommigen uit onze groep was dat echter het moment om de teller boven de 50 km/u te jagen (jazeker, vijftig). In de Ardèche zijn er naast dit vals plat ook echte bergen. U kunt zich voorstellen dat ik vele eenzame kilometers heb gepeddeld met de bezemwagen grindknarsend in mijn wiel.

Waar halen ze het toch, die ICT-ers? Hard werken en dan nog eens trainen als gek. Sommigen draaien meer dan 10.000 kilometer per jaar met de fiets. Ons vak kweekt zoveel passie en adrenaline dat de energie eindeloos is.

Let wel: ook tijdens het fietsen switchten wij van cloud computing naar XaaS, SLA’s en aanverwante. Hele ICT-architecturen hebben we uitgetekend met dezelfde aisance als waarmee we van de 52 naar de 39 schakelen.

In ons pelotonnetje van 25 man reed ook de kampioen van Vlaanderen bij de Elite zonder contract (niet moeilijk: hij ligt onder contract bij Cisco). Hij kon het dus niet laten om rond te toeren in zijn geelzwarte kampioenentrui op de vooravond van de federale verkiezingen. Op de koop toe heet hij Bart. Enfin, hij won de koers, lichtjes bergop aan vijftig per uur en die andere Bart won de verkiezingen. Moet er nog zand zijn?

* Karamelvers over regen in de Ardèche met Aquafin en Pidpa

Het Lot

Het lot mag je nooit tarten

Anders speelt het je parten

Neem nu Koen Aeyels en Jo Boven

Niemand kan mij doen geloven

Dat het toeval was, al die regen

Volgens mij is het aan hen gelegen

Ik heb het gevoeld en gezien

Het komt door Pidpa en Aquafin

Mogen wij iets teruggeven?

In het verleden vonden wij het nodig onze teams te stimuleren met dure teambuilding incentives. Ik herinner mij levendig de escalatie naar citius, altius, fortius, waarbij het ieder jaar iets meer moest zijn. Weldra was het thuisland te klein en moest er ook PK-geweld aan te pas komen, wilde met het nodige effect bereiken. Althans, zo dachten sommigen erover.

Vandaag zie ik een back to basics en ik ben daar bijzonder gelukkig mee. Ik ben dubbel blij omdat deze evolutie vanuit de basis komt en niet geïnspireerd is door een of andere diehard.

Zo ging een ploeg van Cisco Kortrijk verleden jaar een school in Westhoek gratis opfrissen. Ons verkoopteam uit Diegem deed hetzelfde met een lagere school in Waals-Brabant. En voor het tweede jaar op rij trok een ploeg van 20 Cisco-vrijwilligers naar Botassart om er een vakantiehuis voor minder bedeelde kinderen op punt te stellen. Fietsen repareren, muren rechten en schilderen, elektrische leidingen en de loodgieterij deels vernieuwen, houtwerk renoveren en hier en daar goed met de hogedrukreiniger erin.

Het was telkens een persoonlijke investering van twee dagen voor het goede doel. Geen helikopters, geen valschermen, geen quads, maar wel: inzet, energie, handige Harry’s en Henriettes. En bovenal: giving back.

In Zuid-Korea werkt een van onze Belgen, John Baekelmans, die het niet kan laten. Niet alleen maakt hij als brandweerman deel uit van het team van dokter Luc Beaucourt en ging hij vrijwillig helpen in Myanmar en recent in Haïti, maar nu hij tijdelijk in Zuid-Korea werkt, bouwt hij mee aan huizen.

Wie zei ook weer dat onze maatschappij steeds meer materialistisch wordt? Rondom mij zie ik talloze medewerkers die zich telkens opnieuw inzetten voor het goede doel. Als ik hen vraag naar het beste team building-evenement, dan komen zij steevast terug met dit soort initiatieven.

‘Giving back as a team’, ik krijg er zowaar een padvindershart van.

Het hagelde op de Ventoux, wat een geluk

Het zal je maar overkomen. Naar jaarlijkse gewoonte ga ik in mei met vrienden-voor-het-leven een weekje fietsen in Frankrijk. Dit jaar logeerden wij in de buurt van de Mont Ventoux, dus: noblesse oblige, wij naar boven.

Maar wat wij bij het vertrek vreesden, gebeurde ook: regen, storm en hagel op weg naar Chalet Reynard. Afstappen dus, de volgwagen bellen en wachtend langs de weg even mijn e-mails checken, zoals het de digital cyclist betaamt.

Lees ik tot mijn genoegen op mijn smartphone dat Waals Minister-President Rudy Demotte tijdens zijn trip in Californië ook graag Cisco zou bezoeken. Vanzelfsprekend wil ik van de partij zijn, want er waait een frisse ICT-wind door Wallonië en wij willen daar graag aan meewerken.

TP Demotte Jouret

Dankzij het wonder dat WebEx heet, kan ik mijn collega’s over de grote plas informeren en samen een agenda opstellen. Demotte zal er ontvangen worden door onder meer Guido Jouret, Belg, wereldburger en CTO van onze Emerging Technologies Group.

Alleen, hoe kom ik nog in San José op die korte tijd? Snel een vlucht en een hotel boeken, afspraken schrappen en ter plaatse alweer met een jetlag worstelen? Geen prettig vooruitzicht, om van de kost maar te zwijgen.

Intercontinentale meeting zonder verplaatsing


Maar niet getreurd, Cisco beschikt over meer dan 800 TelePresence-installaties over de hele wereld. Via Outlook een vergaderzaal bij Cisco geboekt en met de auto in Frankrijk een korte verplaatsing gemaakt voor mijn virtuele meeting met de Minister-President in San José.

En ja, wij hadden een vruchtbare vergadering, in volle interactiviteit, ondanks de negen uur tijdsverschil. Die prijs heb ik wel moeten betalen: bij mij was het middernacht, in San José drie uur in de namiddag.

Geen probleem voor de Ventoux, want die was al lang in een donkere slaap verzonken. Tot volgend jaar. Trouwens, nog een geluk dat het hagelde op de Ventoux, anders was ik nooit op tijd gekomen voor mijn meeting met Rudy Demotte.

Digitale grootvader

Vandaag nam ik deel aan een debat over de digital natives. In de zaal zat er welgeteld één, dus met de casting zat het niet echt snor. Mijn eerste multimediale ervaring komt uit 1958 toen mijn ouders een tv kochten: Brussel Vlaams, Brussel Frans, Rijsel en het testbeeld.

Toen ik in Gent studeerde, kreeg ik informatica van professor Henri Muller: Fortran IV. Perfect voer voor economisten, eigenlijk. Dan liever de les statistiek van professor Hein Picard. Tachtig kolommen ponskaarten sorteren, deden we met breinaalden. De naald door kolom vier en schudden maar. Wat overbleef, voldeed aan de selectie. Heerlijke tijd.

IBM CardsZoals u merkt, was mijn jeugd niet bepaald digitaal. Toch bij Burroughs aan de slag waar ik moest programmeren, in Assembler zowaar. Ik ken nog altijd hexadecimale codes uit het hoofd, want soms gingen we recht in machinetaal coderen. Dat moest ook wel als je over 8 kB geheugen beschikte. Een double density disk van 18,4 MB kostte toen 820.000 frank. Aan mij is evenwel geen groot programmeur verloren gegaan, gelukkig heeft men tijdig ingezien waar mijn talent niet lag.

Bij HP heb ik mee de eerste LaserJet in België geïntroduceerd: kostte 300.000 frank, haalde 8 ppm en printte zowaar in vier fonts: Courier, Courier bold, Courier italic en Line printer light. Uit Sausalito kwam Autocad: ik zie de Belgische importeur nog altijd starten vanuit zijn keuken in Aalst. Kort daarna toch al zijn eerste Porsche. De eerste portables van Compaq: net geen 10 kilo en met handvat.

Later had ik het geluk Mobistar mee op te starten. Om de drie maanden moesten wij ons businessplan herzien: alles ging drie keer zo snel als gepland. Dankzij Mobistar ben ik beginnen fietsen want John Cordier was zo slim geweest om mij in contact te brengen met de Nationale Loterij. Voor ik het goed en wel doorhad, waren wij sponsor van een wielerploeg. Ik heb er de fiets van André Tchmil aan overhouden, echt waar! Heerlijke tijd.

De kers op de taart vond ik toch bij Cisco. Allemaal digitaal, alles IP, alles verbonden, allemaal digital natives. Aangezien ze hier zoveel slimmer zijn dan ikzelf, allemaal digital, allemaal native, vraag ik ze dagelijks om mij te coachen in deze heerlijke digitale wereld. Ze hebben mij zowaar aan het flippen en het bloggen gezet: dankuwel.

Thuis: mijn twee jongste kinderen zijn mijn beste digital coaches en mijn oudste kleinzoon is goed op weg. U begrijpt het: ik geniet dagelijks van onze twee laptops, mijn Blackberry, de iPhone van mijn vrouw, de grote Mac, onze Windows server, de Macbook van mijn dochter, mijn Cisco VPN, WebEx, TelePresence. ‘k Ben een digital grandfather. Heerlijke tijd.

Zijn we nu hot of cool?

Cool IT LeaderboardIk ben niet weinig trots dat Greenpeace ons op de eerste plaats zet in de jongste versie van hun Cool IT Leaderboard. Volgens Greenpeace zijn ICT-bedrijven uitstekend geplaatst om de klimaatverandering een halt toe te roepen. De sector is immers innovatief, heeft technologische knowhow en ook wel enig politiek gewicht. Vandaar hun initiatief om de sector even te kietelen.

Waarom plaatst Greenpeace Cisco aan de top? Wel, blijkbaar doen wij het niet zo slecht op het vlak van gebouwontwerp, energiebeheer, telewerken en smart grids. Wij ontwerpen en leveren het slimme netwerk dat gebouwen, steden en energietransport smart maakt. In een van mijn volgende blogposts zal ik hierover mijn collega John Baekelmans aan het woord laten die in Zuid-Korea het Songdo-project leidt voor Cisco (we bouwen er het netwerk van een nieuwe stad).

Dichter bij huis: we zijn een van de lijsttrekkers in het Green ICT-project van het Waalse Gewest, een initiatief van Jean-Claude Marcourt en Elio Di Rupo. We bouwen er een virtueel kantoor waar video een centrale rol zal spelen. U hoort er nog van.

In m’n vorige blogpost schreef ik al dat we ook van de partij waren op COP15 waar we een wereldwijd TelePresence-netwerk ter beschikking hebben gesteld zodat de meetings echt groen konden verlopen en wij tonnen CO2 tijd en geld, gespaard hebben.

Binnen Cisco reizen we zo weinig mogelijk: we hebben intussen bijna 1.000 vergaderzalen met TelePresence. Die zalen gebruiken we permanent voor interne en externe meetings. Nu Tandberg erbij komt – sympathieke gasten trouwens – hebben we binnenkort video op elk bureau.

Maar het pièce de résistance wordt ons smart grid. Dan gaat het niet alleen om slimme energiemeters in de huiskamer, maar vooral om een nieuw netwerk voor het transport van stroom. Het zal enorme besparingen opleveren en voor ons is het een interessante markt. Om nog maar eens aan te tonen dat economie en groen gemakkelijk hand in hand kunnen gaan. Wordt dit een verkiezingsthema?

Nu moet ik er vandoor, want mijn fiets wacht. Ik moet dringend bijtrainen want volgende week wacht de Ventoux en ik wil de afdaling richting Malaucène niet missen. Nu Greenpeace weet dat ik fiets, krijgen we misschien een puntje extra? Da’s pas cool.

Pakt België uit met e-Health als EU-voorzitter?

Cisco HealthPresenceBinnenkort wordt België EU-voorzitter en binnenkort lanceren wij HealthPresence, een systeem voor consultatie op afstand. Zou het geen goed idee zijn om HealthPresence te koppelen aan de Belgische e-ID? Zo kunnen we aan de wereld laten zien dat België aan de top staat qua e-Health.

Ik was verrast, in de aangename zin, toen ik onlangs verschillende artikels over Cisco en gezondheidszorg las in Het Laatste Nieuws, Het Nieuwsblad en La Meuse. Vanwaar die interesse voor Cisco vanwege media die zich in de eerste plaats tot een heel breed publiek richten? Het gebruik van het internet in de medische sector heeft duidelijk hun belangstelling gekregen. Niet dat online monitoring nu pas uitgevonden werd, maar dankzij levensgrote video over het internet vormt de afstand tussen patiënt en arts niet langer een belemmering.

Met TelePresence (levensgrote internetvideo) hoeven mensen zich niet noodzakelijk te verplaatsen om samen te zijn: recent nog heeft COP15, de jongste klimaatconferentie van de VN, er grootschalig gebruik van gemaakt en tonnen CO2 gespaard. De meest recente ontwikkeling in dit domein heet HealthPresence. Het laat interactie tussen patiënten en artsen toe zonder dat een van beide partijen zich hoeft te verplaatsen (niet om openhartoperaties van op afstand uit te voeren, wel om minder spectaculaire, maar heel frequente onderzoeken te verrichten). De superieure videokwaliteit maakt het verschil met een persoonlijk doktersbezoek echt klein.

Video is goed voor de gezondheid

Met Health Presence sparen patiënten, artsen en verplegend personeel heel wat tijd. Men hoeft niet langer maanden vooraf de agenda van die ene specialist te boeken. De drempelvrees van patiënten gaat naar omlaag, de beschikbaarheid van artsen gaat omhoog. En last but not least: de globale factuur voor ziekenzorg daalt terwijl de beleving voor de patiënt verbetert.

Ik meen te weten dat Fedict er wel wat voor voelt om met HealthPresence en de e-ID iets te laten zien tijdens ons EU-voorzitterschap. Er bestaat ook weinig twijfel dat Frank Robben voor het juiste kader kan zorgen. Mijn dank, tot slot, aan de betrokken partijen die ervoor zorgen dat hier de bandbreedte toeneemt en dat fibersnelheden in de maak zijn voor iedereen.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 1.643 other followers